Op 1 juli, tijdens Keti-koti, herdenken we de afschaffing van de slavernij. Maar die afschaffing betekende nog geen vrijheid of zelfstandigheid. We hadden nog een lange weg te gaan en wilden zelf onze toekomst bepalen. Dat waren we verplicht aan onze voorouders die voor vrijheid hadden gestreden.
Srefidentie. Dat woord kenden we niet, laat staan de beteken: Eigen identiteit
25 november 1975 werden we onafhankelijk. Op deze dag werd de vlag van de republiek Suriname gehesen. Dat gaf een gevoel wat niet te omschrijven was! Daar sta je dan, nazaat van immigranten en tot slaaf gemaakten pikin fu Sranandotie te worden. We werden één Natie en kregen één identiteit Srananman/uma Surinamer met een eigen vlag.
Oude vlag van Suriname 1959 - 1975
De Nederlandse vlag met de 3 kleuren rood, wit en blauw (van de Kolonisator); werd neergehaald. En de eerste vlag van Suriname bestond uit 5 sterren die in een ovaal met elkaar verbonden zijn (de verschillende bevolkingsgroepen of windstreken waar onze voorouders vandaan kwamen) werd souverein.
Het wapen van Suriname
25 november 1975. Het wapen van Suriname bestaat uit twee Indianen die een schild vasthouden. Onder de indianen en het schild staat het motto ‘Justitia Pietas Fides’ wat Justitie, Geloof en Loyaliteit betekent. Het galjoenschip aan de linkerkant van het schild symboliseert de geschiedenis van Suriname toen slaven vanuit Afrika naar Suriname werden gebracht. De palmboom aan de rechterkant van het schild staat zowel voor het heden als voor gerechtigheid. De diamant in het midden symboliseert een hart. De vijfpuntige ster in de diamant staat voor de vijf continenten waar de inwoners van Suriname vandaan kwamen.
Vlag van de Republiek Suriname
De vlag van de Republiek Suriname heeft kleuren die ons geloof geeft in eigen kunnen. Hoop voor een betere toekomst en Liefde voor elkaar. Met als één doel samenwerken naar een betere toekomst.
Rood symboliseert de vooruitgang en de strijd voor een beter bestaan
Wit staat voor vrijheid en gerechtigheid (vrede)
Groen is symbool voor de vruchtbaarheid van het land
De Gele ster symboliseert de hoop
Gouverneur van Sommelsdijck besloot dat er geen brandbare dakmaterialen (pina bladeren en houten shingels) meer mochten worden toegepast op de woningen. Zo begon men met leiendaken en klei (dak) pannen, etc. De dakhellingen waren hierdoor vrij stijl. Pas na de introductie van zinken golfplaten in Suriname (ca. 1870) begonnen dakhellingen flauwer te worden tot vrij plat.
Huizen werden verder gebouwd zonder een balkon (conform Nederland), maar in verband met de hitte is ter behoefte van de ventilatie gekozen om balkons te construeren aan de voorgevel. Vrijwel alle balkons die we in de binnenstad zien zijn achteraf gebouwd (na 1850).
Sommige huizen staan op een verhoging (neut), waardoor de houten vloer en constructie niet direct op de vochtige grond rusten.
In de Libi Makandra collectie ziet men verschillenden typisch Surinaamse houten huizen. Deze stijl zie je in alle
districten. De houten huisjes zijn geen replica. Maar worden zo dicht mogelijk bij de realiteit gemaakt, om een beeld te geven van de woonomgeving Suriname. De huizen zijn vernoemd naar een bepaalde omgeving. Dit is een vervolg van collectie Bigi-dyari, een ode aan mijn voorouders.
In een huis woonde soms één gezin, vader moeder en kind(eren). Maar soms leefden ook meerdere gezinnen samen met grootouders,” kweekjes” .
Wan Bigi famiri, pe dem bem libi makandra.
Ziehier de woning waarin de mensen woonden uit de Koloniale tijd. Een huis met alle voorzieningen, zoals een voorzaal, slaapkamers boven, een galerij met keuken, badkamer en toilet vlak naast het huis. Geheel naar eigen smaak ingericht met bijvoorbeeld vliegenkast.
Mijn opa was een immigrant die in de districten Nickerie en Coroni heeft gewoont en later in Paramaribo.
In de hoofdsteden van sommige districten is nog zo’n huis te zien (Coroni/Paramaribo)
Nog steeds bouwt men dit soort type huisjes op de plantages. Als er geen watervoorziening is, bouwt men nog een koemakhoisie/gemakshuisje oftewel wc. Deze bevindt zich naast het huis en niet op de afstand die je vroeger moest afleggen.
Veel ambtswoningen waren in deze bouwstijl of een woning in de districten van een plantage eigenaar.
Foto betekent fort, maar ook stad/centrum. Voor de film Sonny boy werd er een Baka foto gebruikt.
Nyun foto is een dienstwoning, in het fort Nieuw Amsterdam. Maar dit model is ook op andere plaatsen te zien waar vooral hoogwater een rol speelt, vandaar de halfhoge neuten. Onder het huis of, ondro oso, was lekker wind doorlatend. Dat zorgde voor verkoeling en een koele plek voor de dieren. Sommige huizen werden op hogere neuten gebouwd wat meer aanzien gaf.
Een “huisje” dat meestal achter op het erf te vinden was.
Een werkplaats van de
lukuman bonuman dresiman.
Moengo wordt op dit moment "gebouwd" door Jane-Art. Resultaten volgen spoedig!
Een arbeiderswoning in het Bauxietindustrie stadje van de Alcoa maatschappij, later Suralco. Tot op heden zijn er nog dergelijke huizen te zien, weliswaar verbouwd en de houten ramen zijn vervangen door glazen shutters.